Wereldberoemd in Haarlem. Dat is bloemist en ondernemer Dennis Weening alias Dennis Flowers. Naast keihard werken in zijn twee zaken bouwt hij aan een droomhuis voor zijn gezin. ‘Na de crisis wist ik: ik wil onafhankelijker zijn van mijn woonlasten.’ Foto: Nathalie Dekker.

Proud papa Dennis Weening is bloemist, ondernemer, stylist, pandjesbaas, netwerker en vader. Op z’n minst. Maar waarschijnlijk nog meer. Hij is zo’n jongen die overloopt van de energie, tien levens tegelijk leeft. Ik spreek hem op een hoogtepunt in zijn leven. Namelijk midden in de verbouwing van zijn droomhuis. ‘Ik ben als een kind zo blij.’

Niet lullen maar poetsen

Een ondernemende bloemist zit veel in de auto, onderweg naar zijn klanten om het wekelijkse boeket te brengen. Op die momenten gebeurt het. Speurt Dennis de gevels af naar dat ene gave pandje. Die perfecte plek. Dat uitzicht waar je een geweldig restaurant zou kunnen beginnen. ‘Waar een ander een dicht getimmerd krot negeert, zie ik een nieuwe snoepwinkel.’

Dennis is het type: niet lullen, maar poetsen. ‘Veel mensen praten erover om een strandtent te beginnen. Ik niet. Ik doe het. Als ik het echt zou willen. Zo ging het ook met dit huis, een gezamenlijk project met vrienden. Toen we eenmaal wisten wat we zochten, ging het razendsnel.’ Het eerste project zag er veel belovend uit, maar ging uiteindelijk toch naar een projectontwikkelaar. ‘Ik kon wel janken. Maar een paar maanden later vond ik nog iets veel beters.’

Met vrouw Sabine heeft Dennis regelmatig gesprekken over zijn ongebreidelde dadendrang. ‘Laatst waren we er uit: ik heb geen natuurlijke grens.’ Niet altijd makkelijk voor je omgeving, hij is de eerste om het toe te geven. Maar saai is het zeker niet. Dennis groeide van bloemenjongen op de brug, naar bloemist met een eigen zaak, naar een ondernemer van formaat met drie prachtzaken op rij in één van de mooiste straten van Haarlem.

Verliefd op een nieuw idee

Handeltjes, pandjes, nieuwe zaakjes, het uitdenken van een tof idee, het zijn momenten van pure verliefdheid voor Dennis. ‘Ik hou ervan om van niets iets te maken. Dat doe ik met een boeket bloemen ook.’ Het spreekt voor zich dat het vaderschap ‘tussen de bedrijven door’ moet. Maar niet minder gepassioneerd. ‘Mijn vaderschap is verweven met mijn werk. Ons huis en de school zijn vlakbij de winkels dus de kinderen komen altijd even langs.’

Dennis heeft drie kinderen waarvan de middelste het wel in zich lijkt te hebben. Het ondernemerschap. ‘Toen ik zo oud was als mijn oudste zoon had ik al allerlei bijbaantjes. Lucas niet. Die gelooft het wel. Ik wil niet de boeman zijn en laat hem nog even. (lachend) Hij heeft tot z’n zestiende om nog een beetje te chillen.’ Juul, de middelste dochter, is uit ander hout gesneden. ‘Als zij iets wil, gaat ze door tot het lukt. Ze vindt het geweldig om me op een drukke zaterdag te helpen en herinnert me er dagelijks aan dat ik beloofd heb die snoepwinkel voor haar te kopen.’ Hoe zijn drie kinderen zich ook ontwikkelen, het is Dennis om het even. Als ze maar gelukkig zijn en gezond blijven. ‘Mijn grootste angst is dat je als ouder je kind overleefd. In de winkel maak ik regelmatig rouwboeketten, ook voor jonge kinderen. Dat zijn dingen die blijven hangen.’

Oogkleppen op en graven

Het bloemenvak is een familietrek, ondernemen zeker niet. Dennis’ voorbeeld thuis was een lieve maar gokverslaafde vader. Toch, toen de crisis hem vol in het gezicht raakte, zette Dennis meteen de tering naar de nering. ‘Ik had een paar maanden daarvoor mijn derde zaak, een kinderkleding- en meubelzaak, geopend. Geïnvesteerd in een flinke voorraad en een langlopend huurcontract getekend.’ Terwijl het geld er aan de ene kant uitvloog, bleef de kleding hangen en werden dagelijks boeketabonnementen opgezegd, vertelt hij. ‘De telefoon bleef maar rinkelen. Het was gewoon eng. De cashflow moest op orde dus het was: oogkleppen op en graven.’

Mijn moeder zei: ‘Wat er ook gebeurt, je moet wel lekker blijven ruiken.’

Die recessie heeft Dennis echt veranderd. ‘Ik zag nooit beren op de weg. Maar als je op het randje van een faillissement hebt gezeten, ga je wel anders naar dingen kijken. Ik heb echt een aantal maanden met de angst geleefd om op straat te komen staan met m’n gezin.’ Het zijn jaren waarin Dennis elke euro omdraait en niets voor zichzelf koopt. ‘Ik kan me nog herinneren dat mijn moeder langs kwam in de winkel met een geurtje. Ze zei: Wat er ook gebeurt, je moet wel lekker blijven ruiken.’ Ook nu het al lang weer veel beter gaat, kijkt Dennis anders naar geld. ‘Na de crisis wist ik: ik wil onafhankelijker zijn van mijn woonlasten.’

Leef in het nu

De laatste tijd bekroop Dennis steeds meer de gedachte: Waar ligt mijn grens? Hoe lang kan ik nog door blijven gaan met zo hard te werken. Die gedachte was de start van dit droomhuis. Een droomhuis dat niet alleen veel groter wordt dan het oude, maar – hoera! – vooral ook veel goedkoper. Een droomhuis waar Dennis – levend in het nu – overigens nooit van droomde, maar simpelweg mogelijk maakte zodra hij de kans zag. ‘Met de huidige rente, een mooie overwaarde op ons oude huis en een slimme constructie van drie huizen in één bedrijfspand, hebben we een super deal. Mijn vriend Cees met wie ik dit project samen doe, zei: ‘Dennis, jij gaat niet tot je zeventigste heel hard werken. Dat gaan we anders oplossen.’ En zo is het gegaan.’

0 shares